Monoloog

Monoloog: FEEST

(Vrouw staat vooraan; ze draagt een eenvoudige jurk; ze heeft een glas in de hand)

Zie daar. Zie! Ze kijkt naar mij. Ze zal zeggen van niet, maar ik voel dat ze me in het oog houdt. Wat ik drink, hoe ik beweeg, of ik praat en tegen wie, … Ik weet ook wel dat het niet het beste idee was om naar hier te komen. Maar als ik me niet had laten zaten zien, hadden ze er ook iets van gezegd… Ze laat haar eigen glas toch wel gretig bijvullen door de ober. Zie, ze wenkt hem al weer. Cava, a volonté voor madame, vanavond. Die schaamt zich echt voor niets, die. Maar ze zal mij wel weer zwartmaken volgende maandag bij de anderen. Ik blijf thuis maandag, denk ik. Ze zullen het wel merken maandag dat ik er niet ben. Ze zullen dan wel bellen om te horen waar ik zit en hoe het met mij is. Die anderen toch. Van haar verwacht ik dat nu niet. Voor haar is dat … anders. Wel heel veel volk hier. Als ik een feest zou geven, zou er niet zo veel volk zijn. Zo veel mensen ken ik niet. Ik zou niet weten wie er naar mijn feest zou komen. Maar hier is zóveel volk. Ik had dat moeten voorzien. Ik had kunnen weten dat zij hier ook ging zijn. Ik was beter niet tot hier gekomen. Ik had kunnen zeggen dat ik ziek geworden was, of dat ik Harry niet zo lang alleen kon laten. Dat had ik kunnen zeggen, dat Harry niet zo lang alleen… Ze weten dat, dat Harry gevoelig is. Ik vertel dikwijls over Harry. Het is alsof hij er ook een beetje bij hoort. Bij ons. Bij wat wij hebben…

Haar man is er ook bij vanavond. Hij ziet er jonger uit dan haar. Al meer dan 25 jaar zijn die samen. Vier kinderen. De oudste is al afgestudeerd, en is gaan samenwonen met haar vriend. Niet getrouwd. Gaan samenwonen. Dat is een kleuterleidster, denk ik, die haar dochter. Of een verpleegster. Of werkte die nu in een bank? Een dokter is ze zeker niet. Dat zou ik hebben geweten. Moet ik er iets van zeggen, van haar dochter? Vragen hoe het met haar is? Of ze thuis gemist wordt? Stel dat Harry morgen… Ik weet niet of ik dat aankan. We zijn zo gehecht geraakt aan elkaar. Dat is nu ook al meer dan vijftien jaar dat die bij mij is. In het begin was die nog klein. Dan moest die echt nog wel manieren leren. Dat is zoals een klein kind. Dat moet een opvoeding krijgen. Regels leren. Wat mag en wat niet mag. En af en toe een tik. Maar niet te hard. Niet te hard. Alsjeblieft, niet te hard. Wees een beetje zacht voor mij. Ik doe alles wat ge vraagt, maar doe het zachtjes en zie dat ons moeder er niet wakker van wordt.

Ze heeft wel een schoon kleedje aan. Ze staat er wel mee. Ze ziet er wel wat slanker uit zo. Niet dat ze er ineens mager uitziet. Ge ziet nog altijd wel dat ze wat te dik is. Maar het gaat haar toch wel af. Ik heb ook mijn schoonste kleed aangedaan, en mijn fles parfum nog eens boven gehaald. Naar de kapper ben ik nu niet meer geweest, dat was nog niet zo lang geleden. Ge moogt nu ook niet overdrijven. Zo goed ken ik die mensen nu ook niet. Zie daar. Ze geeft drie kussen aan Phil van het onthaal. Philippe heet die eigenlijk, maar iedereen zegt Phil. Zoals die dokter op televisie. Ik kijk daar graag naar. Dat is zo eens iets anders. En ge leert daar wel wat van. Dat is een heel slimme mens, die dokter Phil. Van Phil van het onthaal weet ik dat niet, of dat een slimme mens is. Dat is wel een homo, naar het schijnt. Die heeft een vriend. Ook een man. Toch raar dat dat kan tegenwoordig. Als ze maar gelukkig zijn, zei mijn zuster laatst nog, maar er is toch wel veel veranderd in de wereld. Ik denk dat er nog veel gaat veranderen. Ik voel het. Er zit verandering in de lucht. Het heeft niet altijd een naam nodig. Je hoeft het niet te zien om te weten dat het er… maar je kunt het voelen. Je kunt het voelen. In de lucht. Alles verandert de gehele tijd. Dat gebeurt gewoon, dat veranderen. En voor het gebeurd is, is het alweer veranderd. Ge kunt het niet tegenhouden; ge moet daar gewoon in meegaan. Niet tegen vechten. Dat kunt ge toch niet winnen… Ge kunt het enkel voelen in de lucht.

Zie ze lachen. En maar doen alsof ze hier iedereen kent. Als die Phil nu eens naar mij komt. Dan kan ik ook lachen met zijn mopjes. En nog een glaasje cava drinken, want voor ge het weet zijn de flessen op, en heb ik nog niet…  Zij heeft zich daar toch eigenlijk ook niet mee te moeien, met wat ik drink, en hoeveel. Als ik hier nu straalbezopen rond begin te lopen, tja dan moet ze daar misschien wel iets van zeggen, maar eigenlijk zijn dat toch haar zaken niet. Ik zal de ober nog eens roepen, en eens naar die meneer daar knikken. Die is hier precies ook alleen. Kunnen we samen nog een danske placeren later. Dan kan ze zien dat zij niet de enige … sociale … is. Ik ben ook gevoelig aan menselijk contact. Ik heb ook nood aan bevestiging. Een dikke duim noemen ze dat tegenwoordig in de kleuterschool. Arlette vertelde me dat toen ik die vorige week zag, met haar kleinkind aan haar hand. Die haar dochter is wel getrouwd. Met een dokter, geloof ik. En ’s avonds heb ik tegen Harry gezegd toen we ’s avonds nog buiten waren gegaan: “Awel, Harry, dat is nu eens een dikke duim voor u.” Hij apprecieert dat wel dat ge hem zo complimentjes geeft. Daar kan hij echt van genieten. Ge ziet hem dan zo precies een beetje groeien. Ik hoop maar dat hij niet te veel afziet zo alleen vanavond, maar hij snapt het wel dat ik af en toe mijn verplichtingen heb en dat ik hier niet weg kon blijven. Ne mens moet zich toch ook eens kunnen amuseren bij tijden.