Wartaal gaat aan de slag met ‘Sprookje’ op de Gentse Feesten

‘En je bent er niet,’ zingt Ward van Wartaal. Een vreemde en verrassende gewaarwording als je eigen woorden plots een ander leven krijgen door het muzikale jasje dat er iemand anders zorgzaam heeft omgelegd.

Het begon in het voorjaar met de wedstrijd ‘Liefde voor lyriek 2017’. Ik stuurde (net voor de deadline) een liedtekst in. Niet zeker van mijn stuk en nogal aarzelend duwde ik op de verzendknop zodat ‘Sprookje‘ de wereld werd ingestuurd.
Eind mei een antwoord van An Leenders (directeur Creatief Schrijven vzw) dat me energie en vleugels gaf: ‘Juryleden Mira, Jonas Winterland en Robin Aerts hebben jouw inzending voor Liefde voor Lyriek geselecteerd. Dit betekent dat één van de groepen die in de halve  finale van de parallel lopende Nekka-wedstrijd staat muziek gaat componeren bij jouw woorden.’

Komende donderdag (20 juli) is het zo ver. Wartaal klimt om 16u op het Luisterplein van de Gentse Feesten op het podium van MuziekMozaiek om zijn halve finale van de Nekka-wedstrijd te spelen, en brengt daar ook Sprookje. Zeer benieuwd hoe dat gaat voelen. Ook wel een beetje zenuwachtig, maar wellicht minder dan Ward zelf.
Niet nodig, denk ik. Ik heb er alle vertrouwen in dat Wartaal zal doorstoten naar de finale (Cultuurmarkt te Antwerpen op 27 augustus). Kan toch niet anders? Sprookjes bestaan!

Gewoon iemand die schrijft

“Het schrijven als een vast beroep beschouwen
moet gezien worden als een vorm van waanzin.”
(Friedrich Nietzsche)

‘Wie van jullie durft zichzelf schrijver te noemen?’ vraagt ze tijdens een projectdag. We kijken mekaar wat twijfelend aan. Ze maakt duidelijker wat ze bedoelt en vervolgt: ‘Stel je jezelf voor als Wim, die in het onderwijs staat, of als Wim die schrijver is?’ Er wordt wat over en weer gekeuveld over schroom, over nog niet gepubliceerd, over verwachtingen die je met die boodschap zou creëren. Neen, schrijver, dat is een te groot woord. ‘Ik ben nog niet klaar om uit de kast te komen,’ zegt iemand al lachend. Misschien later. Maar nu nog niet.
Dan komt de vraag: ‘Wat is dat dan een schrijver?’ Dat is voor mij duidelijk: een schrijver is iemand die schrijft. Oké, denk ik, ik schrijf al járen dus ben ik een schrijver, maar of ik dat nu meteen aan de grote klok moet hangen, blijft toch wel de vraag.

Enkele maanden later heb ik een ander coachingsgesprek. Het is deze keer Katrien die zegt dat ze denkt dat ik me zal moeten professionaliseren. ‘Je zal je als schrijver moeten profileren, via een blog of website,’ zegt ze ook. Het gaat opnieuw over schroom, over nog niet gepubliceerd, over verwachtingen, maar ook over de noodzaak om dingen op papier te zetten, woord en zin te zoeken, ook voor wat niet zegbaar is.
En dus ga ik aan de slag en bouw een website uit. Die website lanceer ik vandaag. De website van Wim Vercauteren, woordenzoeker en zinnenbouwer, een man die schrijft, een schrijver dus.

Het hoge woord is eruit. Ik ben een schrijver. En ik hoef daarom geen Bart Moeyaert, Erik Vlaminck, Peter Verelst, Arne Sierens of Lize Spit te worden. Maar ik ben wel een schrijver. Een grote stap voor mij, @Marc Alphons, maar dat van die mensheid, laat ons dat nog even afwachten.